ETHISCHE CODE VAN PHOENIX OPLEIDINGEN

Algemeen

1. Er is een Ethische Commissie van Phoenix Opleidingen, hierna verder te noemen de
Ethische Commissie, die onder andere tot doel heeft:

– het opstellen, publiceren en bewaken van de Ethische Code van Phoenix
Opleidingen ten behoeve van eenieder die zich als deelnemer aan deze code en
klachtenprocedure verbindt,
– het instellen en in stand houden van een Klachtencommissie.

De Ethische Commissie bestaat uit vijf leden, die uit hun midden een voorzitter en
een secretaris/penningmeester benoemen. Ten minste één opleider, verbonden aan
Phoenix Opleidingen, maakt deel uit van deze commissie. Deze zal noch de functie
van voorzitter noch die van secretaris/penningmeester bekleden.

De Ethische Commissie voorziet zelf in haar samenstelling en rapporteert deze
jaarlijks aan de deelnemers.

2. De Ethische Code bevat uitgangspunten en richtlijnen die gehanteerd worden door de deelnemers. Deelnemers zijn Phoenix Opleidingen en opleiders en begeleiders, verbonden aan of handelende uit naam en/of in opdracht van Phoenix Opleidingen en (oud)cursisten die schriftelijk verklaard hebben zich te houden aan en te werken volgens deze code.

Uitgangspunten

3. Een deelnemer werkt vanuit de navolgende vijf uitgangspunten:

Autonomie
Ieder mens heeft het vermogen zijn bestaan vorm te geven in relatie tot anderen. De inbedding in een groter geheel vraagt naast vrije wil ook om overgave.

Heelheid
Ieder mens heeft de kwaliteit zich te ontwikkelen en te aanvaarden wat (nog) niet heel is. Dankzij een groter perspectief kan hij beide onder ogen zien.

Identiteit
Ieder mens heeft de kwaliteit om zichzelf te zijn in wisselende tijden en omstandigheden. Integratie Ieder mens is in staat zijn persoonlijke groei vorm te geven in het leven van alledag.

Integratie
Ieder mens is in staat zijn persoonlijke groei vorm te geven in het leven van alledag.

Zingeving
Ieder mens heeft de kwaliteit om het eigen leven te ervaren als een schakel in een groter geheel.

De deelnemer en de cliënt: de begeleidingsrelatie

4. Een deelnemer zal een cliënt die een beroep doet op zijn begeleiding niet weigeren op basis van ras, huidskleur, overtuiging, religie, handicap, geboorteplaats, sekse, seksuele voorkeuren, of op basis van enige andere factor die als oneerlijk of discriminerend kan worden beschouwd.

5.  Een deelnemer zal zijn kennis en vaardigheden bewust gebruiken ten bate van het herstel en het welzijn van de cliënt en zal in alle aspecten van zijn werk de ecologie bewaken. Dit betekent dat de deelnemer ervoor zorgt dat hij een cliënt geen lichamelijke en/of psychische en/of spirituele schade berokkent.

De deelnemer maakt een zorgvuldige inschatting van mogelijke negatieve bijverschijnselen voor de rest van de leefwereld van de cliënt, en stemt zijn begeleiding daarop af.

6. Een deelnemer eerbiedigt de persoonlijke, zowel fysieke als geestelijke, integriteit van de cliënt. Een deelnemer zal een cliënt op geen enkele wijze uitbuiten, daaronder inbegrepen – maar niet uitsluitend beperkt tot – financiële en seksuele zaken. Seksuele relaties tussen deelnemer en cliënt zijn verboden.

De deelnemer en de cliënt: het begeleidingscontract

7. Een deelnemer sluit met een cliënt een inhoudelijk contract. In dit contract is zo zorgvuldig mogelijk vastgelegd wat het probleem van de cliënt is, welke doelen er gesteld worden en welke acties – zowel door de cliënt als de begeleider – ondernomen zullen worden om deze doelen te bereiken.

Het contract moet zowel voor de deelnemer als de cliënt haalbaar zijn en beide partijen onderschrijven het contract met de intentie het te volbrengen. Een deelnemer gaat met een cliënt tevens een relatiecontract aan. Het relatiecontract moet het inhoudelijk contract dienen en moet toetsbaar zijn aan de vijf uitgangspunten waarop deze Ethische Code is gestoeld.

De deelnemer en cliënt toetsen met enige regelmaat of het inhoudelijk contract nog haalbaar is en/of bijstelling behoeft

8. De contractuele relatie vindt een einde met de beëindiging van het (inhoudelijke en relatie-) contract. Niettemin zijn er professionele verantwoordelijkheden die doorgaan nadat het contract is beëindigd. Deze houden in, maar zijn niet beperkt tot het volgende:

– behouden van de overeengekomen vertrouwelijkheid;
– vermijden van exploitatie van de voormalige relatie, op welke manier dan ook;
– voorzien in de benodigde vervolgzorg.

9. Een deelnemer zal alleen dan een contract aangaan of in stand houden, wanneer er geen andere activiteiten of relaties tussen deelnemer en cliënt spelen die het contract in gevaar kunnen brengen.

10. De deelnemer zorgt dat hij de daadwerkelijke toestemming van de cliënt heeft voor procedures met een (ver)hoog(d) risico. Een hoog of verhoogd risico heeft betrekking op:

– het oplopen van mogelijke fysieke beschadiging (verwonding van cliënten of begeleider)
– het oplopen van psychische beschadiging (bijvoorbeeld het psychotisch worden van de cliënt).

11. Een deelnemer houdt in principe een dossier bij. Hierin staan de relevante gegevens die betrekking hebben op de behandeling, respectievelijk de contractuele relatie. De cliënt heeft recht op inzage in dit dossier, met uitzonderling van de gegevens die geen betrekking hebben op de cliënt zelf.

Verder heeft niemand, zonder schriftelijke toestemming van de cliënt, recht op inzage in het betreffende dossier.

12. Een deelnemer geeft over de cliënt geen informatie aan derden, en wint geen informatie bij derden in, dan met uitdrukkelijke toestemming van de cliënt.

13. Een deelnemer zal de cliënt informeren over het feit dat hij deelneemt aan de Ethische Code van Phoenix Opleidingen.

14. In het aangaan van een contractuele relatie neemt de deelnemer de verantwoordelijkheid voor het bewerkstelligen van een passende werkomgeving, zorgt hij voor de dingen die nodig zijn om de aard en vertrouwelijkheid van het contact te waarborgen en voorziet hij in de fysieke veiligheid in relatie tot de betrokken activiteiten.

De professionaliteit van de deelnemer

15. Een deelnemer zal zich voortdurend professioneel en persoonlijk blijven ontwikkelen waarbij te denken valt aan opleiding/supervisie/nascholing/persoonlijke therapie.

De deelnemers onderling

16. Een deelnemer zal andere deelnemers met respect bejegenen.

17. Een deelnemer accepteert de verantwoordelijkheid een andere deelnemer, van wie hij reden heeft aan te nemen dat hij onethisch handelt, daarmee te confronteren en, in geval dit niet tot resultaten leidt, een klacht in te dienen bij de Klachtencommissie.

Slotbepalingen

18. Wanneer er behoefte bestaat aan een nadere uitwerking van bepalingen uit deze Ethische Code, kan de Ethische Commissie daarin voorzien door vaststelling van een huishoudelijk reglement.

19. Deze Ethische Code is voor de eerste maal in werking getreden op 1 augustus 1996 en herzien op 26 februari 1999, oktober 2006, januari en maart 2015 en oktober 2017.