Collectie ‘Aandacht’

aan·dacht zelfstandig voornaamwoord • de • g.mv. ; ca. 1430 ‘be­doe­ling, opzet’ < Mid­del­hoog­duits andāht; 1 het op­zet­te­lijk aan of over iets den­ken, het ver­toe­ven met de ge­dach­te bij iets = be­lang­stel­lingin­te­res­seat­ten­tieop­let­tend­heid, op­merk­zaam­heid.

Berichten